Pokémon

Anderhalve week geleden had ik niet kunnen vermoeden dat ik ooit nog een woord zou moeten vuilmaken aan het concept Pokémon.

U weet wel: die hype van vijftien jaar geleden die een buitenproportioneel enthousiasme bij jongens losmaakte voor getekende figuren in de vorm van bijvoorbeeld blauwe, rechtopstaande schildpadden. In al mijn naïviteit was ik er blind van uitgegaan dat met het intreden van de volwassenheid, de interesse in dit fenomeen ook zou uitdoven bij deze generatie.

Misschien zouden we er ooit zelfs om kunnen lachen.

Ik vermoedde dus ook niets, toen ik vorige week al mijn Culinaire Vaardigheden bijeen had geraapt om een exclusieve maaltijd te bereiden voor vriend T. Maar net toen ik de zesentwintig pannen op tafel had gerangschikt, slaakte vriend T. een kreet. Het nieuwe Pokémon-Go-spel was beschikbaar in de Appstore.

“Dit is de mooiste dag van mijn leven”, zei hij. En: “dankjewel dat je hebt gekookt, maar ik krijg nu geen hap meer door mijn keel”.

Dus ik gooide al het avondeten in de prullenbak en holde vriend T. achterna. Die stond inmiddels midden op straat met zijn telefoon. Want dat bleek de bedoeling van het spel te zijn: over straat lopen met je telefoon in je hand.

Overal op straat stonden dan ook volwassen mannen die naar hun telefoon keken, terwijl zij hun vinger gespannen over het scherm veegden. Af en toe werden er dingen naar elkaar geroepen als “Alakazam” en “Kakuna”. Ik vond dat heel bijzonder. Al snel ontdekte ik dat er ook woorden waren die iedereen groepsgewijs naar de hoek van de straat deed rennen. Of midden op een rotonde liet staan om hier op hun telefoon te kijken.

Het spel haalde duidelijk iets naar boven in mannen, wat wellicht beter beneden had kunnen blijven.

Iets later ontdekte ik het meest speciale aan dit spel: je kon niet winnen of verliezen. Hierdoor houdt het spel eigenlijk nooit op. Daarom konden wij uiteindelijk pas naar huis toen de servers ermee ophielden. Dit was ongeveer drie uur nadat vriend T. de straat op was gerend. “Hij doet het écht niet meer”, zei vriend T. met een snik.

Zijn constatering werd bevestigd toen ik overal teleurgestelde mannen uit vijvers zag klimmen om terug naar huis te gaan. Een enkeling sleepte een vermoeid hondje achter zich aan, dat dankzij de hype duidelijk veel langer buiten had moeten lopen dan verstandig.

Eenmaal thuis, nestelde ik mij tevreden op de bank. Dankbaar dat de rust was wedergekeerd en we het normale leven weer konden hervatten.

Een kwartier later stormde vriend T. voorbij, richting de voordeur: “de servers zijn weer online!”.

Over vijftien jaar zouden we ook hier misschien om kunnen lachen.

Gerelateerde berichten

Vorige blog Volgende blog

6 Reacties

  • Reply Jan 18 juli 2016 at 22:18

    Hij is weer helemaal geweldig !!!!

  • Reply nikie 19 juli 2016 at 04:58

    Haha nee he!! Ik vroeg me al af of T verslaafd was. Ergens gok ik dat jij het misschien even leuk vind als T😀leuk geschreven weer

  • Reply Saar 19 juli 2016 at 19:21

    Heerlijk stukje!

  • Reply Joycerdt 21 juli 2016 at 14:32

    Haha geweldig! Liefs.x

  • Reply Paul 1 augustus 2016 at 21:18

    Ja, het is tamelijk vreselijk de pokemon-go-hype. Laatst moest ik kilometers met iemand omlopen om een ei uit te broeden….

  • Reply Hilde 3 oktober 2016 at 23:39

    Haha ik heb echt een paar keer moeten grinniken, geweldig geschreven! :)

  • Reageer